Solisten in voorgaande seizoenen

Solisten in voorgaande seizoenen

Solisten 2007 - 2008
Pieter Wispelwey
Xenia Meijer
Lisa Jacobs

Solisten 2006 - 2007
Gavriel Lipkind
Amanda Mace
Vilde Frang
Arno Stoffelsma
Gregor Horsch
Inessa Galante

Solisten 2005 - 2006
Lara St. John
Lawrence Power
Marianne Thorsen
Xavier Phillips

Solisten 2004 - 2005
Philippe Graffin
Esther Heideman
Maurizio Vallina
Sølve Sigerland

Solisten 2003 - 2004
Quirine Viersen
Vladimir Sverdlov
Denis Goldfeld
Alexander Khramouchin

 
Lisa Jacobs

Lisa Jacobs

Lisa maakte in juni 2002 op 16-jarige leeftijd haar debuut met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly en soleerde met verschillende orkesten in binnen- en buitenland. Zo speelde ze bij het Jeugd Strijkorkest Nederland, het Residentie Orkest en het Metropole Orkest. Bij Nieuw Sinfonietta Amsterdam vertolkte ze “De Herfst” uit de Vierjaargetijden van Vivaldi, het vioolconcert van Sibelius met het Staats Symfonie Orkest van de Oekraïne in de Filharmonie van Kiev in oktober 2005. Tevens speelde ze het vioolconcert van Max Bruch bij Orchestra Sinfonica Abruzzese in Italië en in november 2005 in Mexico met het Guanajuato Symphony Orchestra met het vioolconcert KV 216 van Mozart. In mei 2006 heeft zij langs de grote concertzalen in Nederland met veel succes een tournee gemaakt met het Orkest van het Oosten, met de Symphonie espagnole van Lalo.

Lisa Jacobs (1985) begon met vioolspelen toen zij zes jaar was. Sinds haar achtste heeft zij les gehad van Joyce Tan in de Jong Talentklas van het Utrechts Conservatorium en sinds september 2001 is zij geplaatst als leerlinge van Ilya Grubert in de Jong Talentklas op Het Conservatorium van Amsterdam.

Lisa won verscheidene eerste prijzen; op 20 februari 2005 won zij het 2e Internationale Heifetz Concours in Litouwen alsmede de publieksprijs. Zij won de Iordens Viooldagen (1996) en het Prinses Christina Concours (1999) en werd toegelaten tot de Voorziening voor Jonge Excellerende Musici (2000 en 2001). In 2001 behoorde zij tevens tot de laatste zes deelnemers in haar categorie bij het internationale Spohr-wettbewerb in Weimar te Duitsland. Op 26 november 2002 is haar, in de Kleine Zaal van Het Concertgebouw, de “Kersjes van de Groenekan-beurs voor viool” overhandigd.

Lisa Jacobs was op TV te zien en te beluisteren bij o.a. de NPS, die een portret van Lisa maakte, ze speelde tijdens het Warchild-gala van de KRO, was te zien met Prinses Christina’s kerstgala en trad op in Reiziger in Muziek van de VPRO, volgde masterclasses bij Thomas Brandis en Herman Krebbers. Ook volgde ze de door de AVRO uitgezonden masterclass van Maxim Vengerov met presentator Sonja Barend.

 
Xenia Meijer

Xenia Meijer

Xenia Meijer studeerde solozang aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Zij behaalde in 1992 het diploma Uitvoerend Musicus “cum laude” en ontving de Nicolai-prijs 1992 voor haar interpretatie van Rossini. Sinds 1995 wordt zij gecoached door Margreet Honig.

Xenia Meijer werkt regelmatig samen met de ensembles La Sfera Armoniosa en Al Ayre Espagnol. Verscheidene CD’s die zij opnam met laatstgenoemd ensemble werden bekroond met vele prijzen, waaronder de Diapason d’Or.

Ook op operagebied is Xenia Meijer zeer succesvol; zo was zij in de afgelopen seizoenen te horen bij de Opera Factory Zurich, Nationale Reisopera, Opera aan het Spui, Opera Zuid, en het Grand Theatre de Geneve.

De productie “ Dido and Aeneas” (Dido) van Opera aan het Spui werd door de NPS meerder malen op televisie uitgezonden. Zij was jarenlang vaste gastsoliste bij de Komische Oper Berlin in de Mozart opera’s “Cosi fan tutte” en “Don Giovanni” (Despina/Zerlina) in de regie van Harry Kupfer en gedirigeerd door Yakov Kreizberg. Tevens zong Xenia Meijer op uitnodiging van de Deense Radio, de hoofdrol in de opera Carmen. In december 1999 was zij opnieuw te beluisteren bij de Nationale Reisopera in “Orfeo” van Monteverdi in de regie van Erik Vos; de productie werd in 2001 herhaald. In het seizoen 2001-2002 was Xenia Meijer te zien en te horen in de muziektheaterproductie De Kus, de Roes, de Kater, in de regie van Jurrian van Dongen, naast Hubert Claessens en Hans Eijsackers. In deze productie zijn niet alleen haar klassieke vocale kwaliteiten te bewonderen, maar zingt zij ook het lichte repertoire; popsongs en fado. Meijer’s geënsceneerde interpretatie van Schönberg’s Pierrot Lunaire in het Holland Festival Oude Muziek 2004 werd door zowel pers als publiek met groot enthousiasme ontvangen.

Met verschillende gerenommeerde dirigenten heeft Xenia Meijer inmiddels samengewerkt, waaronder Michel Corboz, Ton Koopman, Ivan & Adam Fischer, Viktor Libermann, Jac van Steen, David Jones, Vladimir Spivakov, Kenneth Montgomery, Jaap van Zweden, Eduardo Lopez Banzo, Peter Oundijan, etc. etc.

Als specialist op het gebied van vocale muziek uit de late 16e en 17e eeuw nam zij deel aan de wereldvermaarde festivals voor oude muziek in Utrecht, Brugge, Ambronnay, Beaune, Darocca, Stuttgart, Berlijn, Potsdam, Madrid, Barcelona, Tokyo, San Antonio (USA), Chiquitos (Bolivia) enz. Xenia Meijer ontving de prestigieuze Philip Morris Finest Selection 1996 voor klassieke muziek, als eerste en tot nu toe enige zangeres. Deze prijs stelde haar in de gelegenheid een solo-CD op te nemen met het Neues Berliner Kammerorchester o.l.v. Jac van Steen. De CD werd genomineerd voor een Edison 1998.

In 1998 werd zij afgevaardigd door het Concertgebouw Amsterdam in de serie “Rising Stars” en gaf zij in het kader van deze productie recitals in de grote concerthuizen van Parijs, Wenen, Birmingham, Amsterdam, Stockholm, Athene, Keulen en Frankfurt.

 
Pieter Wispelwey

Pieter Wispelwey

Pieter Wispelwey is één van de eersten van een generatie van musici die evenzeer thuis is op de moderne als op de barokcello. Zijn deskundige stilistische kennis, gecombineerd met een werkelijk originele interpretatie en fenomenale technische beheersing hebben hem de harten doen winnen van zowel de critici als het publiek, in repertoire wat zich uitstrekt van J.S. Bach tot Elliott Carter.

Wispelwey werd geboren in Haarlem, en zijn geraffineerde muzikale persoonlijkheid is geworteld in de opleiding die hij vanaf zijn vroege jaren van Dicky Boeke en vervolgens Anner Bijlsma in Amsterdam ontving, en later van Paul Katz in de Verenigde Staten en William Pleeth in het Verenigd Koninkrijk. In 1992 was hij de eerste cellist die de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs ontving.

Wispelwey’s carriere speelt zich af op vijf continenten en hij heeft als solist opgetreden met vele van ’s werelds belangrijkste orkesten, zoals het Boston Symphony Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, St Paul’s Chamber Orchestra, Yomiuri Nippon, het Rotterdams Philharmonisch, het Hallé Orchestra, BBC Symphony Orchestra, Orchestra of the Age of Enlightenment, Gewandhaus Orchester Leipzig, Australian Chamber Orchestra, het London Philharmonic en Camerata Salzburg, met dirigenten als Esa-Pekka Salonen, Herbert Blomstedt, Vassily Sinaisky, Paavo Berglund, Louis Langrée, Marc Minkowski, Ton Koopman, Libor Pesek en Sir Roger Norrington.

In Februari 2005 begon Pieter Wispelwey aan een vijf-jarige “residency” bij de London Philharmonic Orchestra. Toekomstige engagementen omvatten nieuwe uitnodigingen van het Rotterdams Philharmonisch, het Residentie Orkest, Budapest Festival Orkest, Mexico OFUNAM, debuten bij de Sydney, Melbourne en Adelaide Symphony, Chamber Orchestra of Philadelphia, Dallas Symphony, Danish National Radio Symphony, Hong Kong Sinvfonietta, Taiwan Symphony, een tournee van 12 concerten door de Verenigde Staten met het Australian Chamber Orchestra, en een uitgebreide tournee met het Basel Kammerorchester ter gelegenheid van Haydn’s gedenkjaar in 2009.

Met regelmatige recital optredens in London (Wigmore Hall), Parijs (Châtelet), het Concertgebouw in Amsterdam, Berlijn (Konzerthaus), Milaan (Societta del Quartettl), Buenos Aires (Teatro Colon), Los Angeles (Walt Disney Hall) en New York (Lincoln Center) heeft Wispelwey een reputatie opgebouwd als één van de meest charismatische solisten in het recital circuit. Recente hoogtepunten omvatten deelname aan het 2004 Mostly Mozart Festival in New York, een Wispelwey “mini-festival” als deel van de Robeco Serie in het Amsterdamse Concertgebouw , een uitgebreide recital tournee door Japan en optredens op de festivals van Edinburgh, Schleswig-Holstein, Stresa en Lanaudiere.

De komende periode zal Wispelwey recitals geven in de Wigmore Hall, op de festivals van Bern en van Vlaanderen, en in de vorm van tournees door Duitsland, Japan, Brazilië en Noord-Amerika (waaronder Lincoln Center’s “Great Performers” serie). Hij maakt deel uit van een duo met pianist Dejan Lazic, met wie hij over de hele wereld heeft opgetreden, en hun gezamelijke CD opnames ontvangen voortdurend de hoogste lof van de internationale muziekpers.

Pieter Wispelwey’s discografie, beschikbaar op Channel Classics, omvat een indrukwekkende verzameling van meer dan twintig opnames van zeer gevarieerd repertoire, waarvan niet minder dan negen een internationale muziekprijs hebben gewonnen. Zijn meest recente uitgave is een dubbel-album met de complete werken voor cello en piano van Beethoven met Dejan Lazic (maart 2005). Toekomstige releases omvatten een Brahms recital opname (najaar 2006), Shostakovich’s tweede celloconcert, en het cello concert van Dvorak met het Budapest Festival Orchestra en Iván Fischer (2007).

Pieter Wispelwey bespeelt een cello uit 1760 van Giovanni Battista Guadagnini.

 
Gavriel Lipkind

Gavriel Lipkind

Gavriel Lipkind
… Lipkind is super … hij speelt alsof hij bezeten is … Luisteren naar hem betekent op het puntje van je stoel zitten en kippenvel krijgen … The Independent

Gavriel Lipkind, www.lipkind.info, is niet alleen een intrigerend en dynamisch musicus op het podium, maar ook iemand die grote creativiteit en diepgang paart met intellectuele betrokkenheid en hartelijkheid.

Het in 1977 in Tel Aviv in een familie van Russische emigranten geboren wonderkind bereikte in korte tijd de status van ster-cellist. Hij behaalde diploma’s aan drie bijzondere academies op drie continenten. Na meer dan twaalf topprijzen te hebben gewonnen op belangrijke concours kun je wel zeggen dat Lipkind het hoogtepunt van zijn jeugdige prestaties had bereikt.

De hemelbestormer trad op in een aantal van ‘s werelds meest prestigieuze zalen met orkesten als het Israel Philharmonic, de Münchener Philharmonie en de Baltimore Symphony en soleerde tezamen met gevierde dirigenten als Zubin Mehta, Philippe Entremont en Giuseppe Sinopoli.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef over hem: “Een nieuwe ster aan het cello-firmament … De jonge Israelische cellist is een van de meest bijzondere musici in de muziekwereld in de afgelopen jaren …”

Verzekerd van zijn succes als uitvoerend musicus permitteerde Lipkind zich een sabbatical - om daarmee voor zichzelf gelegenheid te scheppen ook andere aspecten van zijn veelzijdige muzikaliteit tot ontplooiing te brengen, bijvoorbeeld verkenning en uitbreiding van zijn repertoire, contact onderhouden met componisten en opnames maken van de hoogste kwaliteit.

Op dit belangrijke kruispunt in zijn ontwikkeling maakte Lipkind twee contrasterende producties: ‘Miniatures and Folklore’, met eigen arrangementen en ‘Single Voice Polyphony (Volume I)’, met Bach Cello Suites. Deze twee CDs laten zeer verschillende, en toch even belangrijke facetten van Lipkind’s muzikale creativiteit horen – zijn eigen stijl van componeren gekoppeld aan een grondige kennis van de cello – èn hoe een begaafd musicus verder groeit en steeds beter wordt. Lipkind’s repertoire omvat nu naast al de grote cellocomposities ook talloze minder alledaagse werken, recente opdrachten en zijn eigen arrangementen en transcripties. Lipkind beoogt met zijn eigen stijl van cellospelen het publiek een ervaring rijker te maken en een forum te verschaffen voor meer interactie.

Lipkind bespeelt een A M Garani cello (Bologna, 1702).

 
Amanda Mace

Amanda Mace

Amanda Mace
Amanda Mace (geboren in 1976 in Missouri) behaalde haar Bachelor of Music Degree in 1999 aan de University of Missouri-Kansas City Conservatory of Music waar zij studeerde onder leiding van Dr. Gustavo Halley. In 2002 vervolgde zij haar opleiding aan het Richard Strauss- Konzervatorium in München. Momenteel wordt zij gecoached door Kari Lövaas.

De sopraan won het ‘Meistersinger Wettbewerb’ in het AIMS programma in Graz (Oostenerijk) in 1998 en 2000. Hierna verwierf zij ook de Robert Lauch Memorial Grant van de New York Wagner Society en de Emerging Singers Grant van de Washington DC Wagner Society.

Amanda maakte haar professionele debuut onder de directie van Helmuth Rilling tijdens het Oregon Bach Festival, waar zij in 2001 in de Messa per Rossini de sopraanpartij vertolkte. Sindsdien zong ze onder andere Ah! Perfido van Beethoven, Verdi’s Requiem, Beethoven’s 9th Symphony and Missa Solemnis, Penderecki’s Credo, Bruckner’s Te Deum, Mendelssohn’s Elijah, Beethoven’s Christus am Ölberge, Dvorak’s Requiem, tweede sopraan in Mahler’s 8th Symphony en Britten’s War Requiem.

Amanda Mace zingt met orkesten als de Beethoven Academy in Antwerpen, het Rotterdam Philharmonisch Orkest, de NDR-Orchester in Hannover, het Bayerischer Rundfunkorchester, de Bamberger Symphoniker, het Müncher Symphonieorchester en de Minnesota Orchestra. Ze trad op bij diverse festivals als het Oregon Bach Festival, het Krakow Beethoven Easter Festival, het Music Festival of the Canary Islands en de Heidenheim Opernfestspiele. Amanda Mace werkt met dirigenten als Rolf Beck, Herbert Blomstedt, Adrian Bryttan, Heiko Förster, Jonathan Nott, Eji Oue, Victor Pablo-Perez, Helmuth Rilling, Urs Stäuble, Jorg Straube en Edo de Waart.

Haar operarepertoire omvat de rollen van Donna Anna in Don Giovanni, Giorgetta in Il Tabarro,, Gerhilde in Die Walküre met de Bamberger Symphoniker en Leonore in Fidelio in São Paulo en bij de Leipziger Oper: Tosca, Suor Angelica en Ariadne auf Naxos.

Komend seizoen werkt ze aan een reprise van Fidelio bij de Leipziger Oper, Beethoven’s 9e Symphony bij de Philharmonie Köln, debuteert zij bij het Bayreuth Festival als Ortlinde in de nieuwe productie van de Ring met Christian Thielemann; als Eva in Die Meistersinger eveneens bij het Bayreuth Festival en als Eva in Die Meistersinger bij de Liceu in Barcelona.

 
Vilde Frang

Vilde Frang

Vilde Frang
Vilde Frang werd in 1986 geboren in Oslo (Noorwegen) en begon met vioolspelen op haar vierde. Van 1993 tot 2002 studeerde zij aan het Barratt Due Instituut in Oslo met Alf Richard en Henning Kraggerud en Stephan Barratt-Due. Sinds 2003 studeert zij bij Professor Professor Kolja Blacher op de Hogeschool van Hamburg. Verder werkte zij met Boris Kuschnir, Ana Chumachenko en Zachar Bron en was zij frequent deelnemer aan de Verbier Festival Academy.

Nog geen tien jaar maakte Vilde Frank haar succesvolle debuut met het Norwegian Radio Orchestra. Op haar twaalfde werd zij geëngageerd door niemand minder dan Mariss Jansons. Zo maakte zij haar debuut met het Oslo Philharmonic Orchestra.

Naast aIle Noorse orkesten trad Vilde ook als soliste op in Denemarken, Zweden, Finland, Duitsland, Letland en Litouwen Zij verscheen in prestigieuze zalen als de Tchaikovsky Hall (Moskou), Mozart Saal (Wenen), Tivoli Concert Hall (Kopenhagen), Luzerne Concert Hall en de Tonhalle (Zürich). Vilde maakte verder tournees door China, Maleisië en Thailand en reisde in 2004 rond door Scandinavië met het Deense Aalborg Symphony Orchestra.

Naast haar solo carrière met orkesten geeft Vilde Frang veel prioriteit en aandacht aan kamermuziek. Ze maakte twee succesvolle tournees door Denemaken en gaf recitals bij bekende festivals in Noorwegen, Denemarken, Oostenrijk, Spanje en Rusland. Recentelijk oogstte Vilde geweldig succes bij het Bergen International Festival in Noorwegen waar zij werken van Bach speelde: Solosonaten, partita’s en concerti met het Danish Radio Sinfonietta (Kopenhagen) onder leiding van Gordon Hunt.

Vilde won talloze prijzen en legaten waaronder de ‘Sonning Scholarship’. Zij won ook een beurs van de prestigieuze ‘Freundeskreis Anne-Sophie Mutter Stiftung’.

Zij bespeelt een Vuillaume viool die aan haar is uitgeleend door Anne-Sophie Mutter.

 
Arno Stoffelsma

Arno Stoffelsma

Arno Stoffelsma
Arno Stoffelsma werd in 1982 geboren. Vanaf zijn zevende kreeg hij klarinetlessen van zijn moeder. In 1994 werd Arno aangenomen in de Jong-Talent klas van het Conservatorium van Amsterdam. Hij begon zijn studie daar bij Herman Braune. Na het behalen van zijn VWO-diploma in 2000 begon hij met de volttijdstudie aan dit conservatorium. Sinds 2001 studeert hij bij George Pieterson. In 2004 behaalde hij cum-laude zijn Bachelor diploma en nu volgt hij de Voortgezette Kunstopleiding bij George Pieterson.

Hij volgde diverse masterclasses in binnen- en buitenland bij o.a. Karl Leister, Thomas Friedli, Sabine Meyer en Ralph Manno. Daarnaast kreeg hij ensemblespel lessen van o.a. Michael Gieler, Han de Vries, Brian Pollard en George Pieterson.

Arno won verschillende prijzen bij diverse concoursen. Hij was o.a. twee keer laureaat van het Prinses Christina Concours (in 1999 en in 2000). Verder won hij op zijn 17e een tweede prijs bij het nationale concours van Stichting Jong Muziektalent Nederland. In 2001 won Arno een eerste prijs bij dit concours. Samen met Cathelijne Noorland was hij finalist bij het Vriendenkrans-concours van het Concertgebouw. Zij wonnen daar o.a. de Noorderkerkprijs. Samen met Saskia Plagge en Cathelijne Noorland vormt hij het Trio Burlesco. Met dit trio verzorgde hij in 2006 een reeks concerten in de ‘Debuut’ concertserie.

Arno was in 2000 solist bij het Noord Hollands Philharmonisch Orkest. In de zomer van 2005 verzorgde hij een solo tournee met het JeugdOrkest Nederland.

Naast het solo- en ensemblespel kent Arno een grote interesse voor het orkestspel. Hij speelde van 1998 tot en met 2002 als eerste klarinettist in het JeugdOrkest Nederland. In de winter van 2002 was hij eerste- en esklarinettist bij het Nationaal Jeugd Orkest. Vanaf de zomer van 2002 speelde Arno in het Jeugdorkest van de Europese Unie. Hij maakte hiermee een aantal tournees en werkte samen met gerenommeerde dirigenten als James Conlon, Vladimir Ashkenazy en Bernard Haitink. In de zomer van 2004 nam Arno deel aan het Pacific Music Festival van de Wiener Philharmoniker waar hij werkte met dirigent Valery Gergiev In oktober 2003 won Arno het proefspel voor solo klarinet bij het Noord Nederlands Orkest. In december 2003 won hij het proefspel voor solo klarinet bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest waar hij van 2004 tot 2005 in dienst was. Op dit moment werkt Arno als actieve freelancer in binnen- en buitenland (oa Radio Philharmonisch Orkest, Bayerisches Staatsorchester en Munchener Philharmoniker).

Arno werkte mee aan een aantal CD’s van het JeugdOrkest Nederland en het Nationaal Jeugd Orkest. Ook werkte hij mee aan de promotie CD van het Conservatorium van Amsterdam. Daarnaast speelde hij een vele malen voor radio en TV in binnen- en buitenland.

 
Gregor Horsch

Gregor Horsch

Gregor Horsch
Gregor Horsch, in 1997 benoemd tot eerste solocellist van het Koninklijk Concertgebouw Orkest, werd in Duitsland geboren en opgeleid door Christoph Henkel aan de Freiburger Musikhochschule. Daarnaast was hij aan het Royal Northern College of Music in Manchester in de leer bij Ralph Kirshbaum, bij wie hij cum laude afstudeerde.

Sinds 1989 woont Gregor Horsch in Nederland, waar hij achtereenvolgens solocellist van het Nederlands Ballet Orkest en het Residentie Orkest was. Als winnaar van de Pierre Fournier Award in Londen (1988) en het Concours Caspar Cassado in Florence (1990) gaf hij recitals in Engeland, waaronder een succesvol debuut in de Londense Wigmore Hall. Hij maakte opnames voor de radio. Voorts trad hij meermalen als solist op.

Tijdens het Internationale Cello-Festival in Manchester in 1992 verzorgde hij tezamen met Ralph Kirshbaum de wereldpremière van het Dubbelconcert van Tristan Keuris. Gregor Horsch is als hoofdvakdocent verbonden aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam. Hij maakte in 1999 zijn debuut als solist bij het KCO in het Celloconcert van Barber. In april 2003 speelde hij het Celloconcert van Elgar. Hij soleerde in juni 2005 tijdens het Holland Festival in het 'Dubbelconcert' van Kurtág.

Gregor Horsch bespeelt een instrument van J.B. Rogeri (ca. 1711) uit de collectie van de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest.

 
Inessa Galante

Inessa Galante

Inessa Galante
een schitterende vrouw met een dijk van een stem voor wie geen zaal te groot is

Inessa Galante werd geboren in Riga in Letland en studeerde daar aan het Conservatorium. Zij begon haar carrière bij de Nationale Opera in Riga. Al snel werd zij in Rusland een regelmatige gast bij de Kirov Opera in St. Petersburg en trad op in de operahuizen in Moskou, Kiev en Odessa.

Zij triomfeerde tijdens haar debuut in het Westen als Pamina in die Zauberflöte in Mannheim. Goed ontvangen optredens volgden door heel Europa met rollen als Nedda (I Pagliacci), Elvira (Don Giovanni) Corina (Il Viaggio) etc.

In de Verenigde Staten trad Inessa op in producties van La Boheme met de Florida Grand Opera, de Baltimore Opera en de Michigan Opera

Haar concertrepertoire is omvangrijk met de Requiems van Verdi, Mozart en Brahms, Beethoven’s 9e Symfonie en Mahler’s 2e Symfonie. Zij soleerde in deze werken op festivals in o.a. Montpellier, Saint-Denis, Newport, Evian en Nancy.

In Londen trad Inessa op in de Royal Albert Hall en de Barbican met het London Symphony Orchestra. Met Roger Vignoles verzorgde ze een recital in de Wigmore Hall, dat door de BBC werd uitgezonden.

Inessa Galante maakte acht commerciële CDs, waarvan de eerste, ‘Debut’, met een uitvoering van Caccini's 'Ave Maria’ een ‘cult hit’ werd en een gouden en vervolgens een platinum plaat in Nederland kreeg. Andere opnames zijn ‘De Tchaikovsky Experience’ (onder het label BMG) met het Orkest van het Royal Opera House, Covent Garden onder leiding van Neeme Jarvi. Deze opname bezorgde haar de eer de ‘Beste Tatiana’ van de laatste twintig jaar te worden genoemd. De cd ‘Arietta’, opgenomen in de St. Silas Kerk in Londen met begeleiding van de London Musici werd gekozen tot ‘Beste Album van het Jaar’ door de BBC.

Recentelijk trad Inessa Galante op in Madame BUTTERFLY voor de Michigan Opera, Latvian National Opera en de Gothenburg Opera, ADRIANA LECOUVREUR zong zij in het Bolshoi in Moskou en in het Marijinski in St Petersburg. De rol van AMELIA in Un Ballo in Maschera vertolkte ze in Riga, AIDA bij het Bolshoi, en met de Scottish Opera trad zij op in concerten met de Royal Liverpool Orchestra onder leiding van Carl Davies.

Toekomstige engagementen omvatten onder andere BUTTERFLY voor de Norske Opera in Oslo, MANON LESCAUT voor de Royal Swedish Opera in Stockholm en concerten in Helsinki, Newport, Sydney, Melbourne, Essen, Amsterdam, Seoul en een nieuw CD project.

 
Lara St. John

Lara St. John

Lara St. John
Lara St. John, door 'The Strad Magazine' beschreven als 'een soort fenomeen' en door de New York Times als een 'violiste met een hoog voltage', trad o.a. op met het Cleveland Orchestra, het Philadelphia Orchestra, de Toronto Symphony, de Montreal Symphony, en het Franz Liszt Chamber Orchestra of Budapest. Zij speelde recitals over de gehele wereld. De L.A. Times schreef: "St. John brengt persoonlijk charisma, een niet aflatend muzikaal voorstellingsvermogen en pure passie mee naar het podium". Het Britse Gramophone Magazine prees haar 'spetterende' vertolkingen. Lara begon met vioolspelen toen ze 2 jaar oud was. Ze soleerde met een orkest op 5-jarige leeftijd en maakte haar Europese debuut vijf jaar later met het Gulbenkian Orchestra (Lissabon). Ze maakte tournees door Spanje, Frankrijk, Portugal en Hongarije toen ze 12 en 13 jaar oud was. Ze betrad het Curtis Institute op haar 14e en bracht drie jaar later haar eerste zomer in Marlboro door. Na haar afstuderen - zij was toen 17 jaar oud - vertrok Lara naar Moskou. In die tijd verlengden de meeste leraren van het Tchaikovsky Conservatory - ook die van Lara - onbeperkt hun reizen in het westen. Dit gaf haar, voor het eerst zonder leraar, de gelegenheid uitgebreid door de vroegere Soviet Unie en Oost-Europa te reizen. Ze verbleef ook twee jaar in Engeland en studeerde daar aan de Guildhall School. Daarnaast heeft zij een certificaat van het Mannes College in New York City behaald, evenals een Artist's Diploma van de New England Conservatory in Boston.

Lara St. John's agenda staat bij voortduring vol met optredens, zowel in haar thuisland (de Verenigde Staten) als in het buitenland. In het seizoen 2003/4 trad zij voor de eerste maal op in Tanglewood met de Boston Pops onder Keith Lockart. Haar goede pers bezorgde Lara St. John een exclusief contract met Sony Classical, waarbij ook innovatieve en speciale klassieke projecten (zullen) worden ondernomen. Haar eerste CD, 'Re Bach', met vernieuwende uitvoeringen van Bach's werken, werd voorjaar 2004 in de Verenigde Staten uitgebracht. Deze CD staat sindsdien in de top 15 van de klassieke (Amerikaanse) 'Billboard' ranglijst.

Lara bespeelt een 1779 'Salabue' Guadagnini. Zij is een groot fan van J.R.R. Tolkien, reptielen en het American Museum of National History. New York City is op dit moment haar thuishaven. (Zie ook www.larastjohn.com.)

 
Lawrence Power

Lawrence Power

Lawrence Power
Lawrence Power (Londen, 1977) begon als jongetje van acht met zijn studie altviool. Zijn voornaamste leraren waren Mark Knight in Londen en Karen Tuttle van de Juilliard School of Music in New York. Dat hij van meet af aan een groot talent was blijkt uit de vele prijzen die hij in de wacht sleepte op internationale competities, waaronder een eerste prijs in 'The William Primrose International Viola Competition' (Canada).

Als solist maakte Power zijn Londense debuut met het Philharmonia Orchestra. Sedertdien wordt hij regelmatig door vooraanstaande orkesten in Engeland en daarbuiten (waaronder de Berliner Philharmoniker) geëngageerd. Met het BBC Scottish Symphony Orchestra speelde hij recent de altvioolconcerten van York Bowen en Cecil Forsyth (beide opgenomen door Hyperion Records).

Lawrence Power is een veelgevraagde kamermusicus. Hij treedt regelmatig op met musici als Mikhail Pletnev, Steven Isserlis, Vadim Repin en Truls Mork. Zijn debuutopname voor Harmonia Mundi (waaronder een Ligeti Solo Sonate) werd door de critici erg goed ontvangen.In 2001 werd Lawrence de altist van het prestigieuze Nash Ensemble van Londen. Met dit ensemble maakte hij vele tournees en opnames. Twee jaar later, in 2003, werd hij lid van het Leopold String Trio - de recente winnaars van de 'Borletti/Buitoni Onderscheiding'.

 
Marianne Thorsen

Marianne Thorsen

Marianne Thorsen
Marianne Thorsen, eerste prijswinnaar van de 2003 Sion International Violin Competition (Zwitserland) werd geboren in het Noorse Trondheim. Zij studeerde aan de Purcell School of Music en de Royal Academy of Music (Londen) bij de Hongaarse violist Gyorgy Pauk. In 1994 werd zij onderscheiden met de Roth Prijs en een DipRAM, de hoogste onderscheiding die een uitvoerend kunstenaar van de Royal Academy kan krijgen. Als solist speelde Marianne met vele orkesten, waaronder het Philharmonia Orchestra (Londen), BBC Symphony Orchestra, City of Birmingham Symphony Orchestra, Orchestre de la Suisse Romande, Oslo Philharmonic, Norwegian Chamber Orchestra, Bergen Philharmonic, Trondheim Symphony en het Praags Philharmonic.

Zij won talloze prijzen zoals de Carl F. Flesch Outstanding Merit Prize bij de Carl Flesch International Violin Competition in 1992 in Londen. Ook ontving zij de Emily English onderscheiding van het Musicians Benevolent Fund in Londen in 1995. Het Norwegian Concert Institute koos haar tot 'Jong Musicus van het jaar 1998'. Marianne is eerste violiste van het Nash Ensemble of London en leraar aan de Royal Academy of Music in Londen.

Marianne speelt op een Pressenda viool uit Turijn die in 1841 gemaakt werd.

 
Xavier Phillips

Xavier Phillips

Xavier Phillips
Xavier Phillips - geboren in Parijs - studeerde cello aan het Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris in de klas van Philippe Muller. Om nog beter te worden ging hij vervolgens in de leer bij coryfeeën als Paul Tortelier en Mstislav Rostropovitch. Na zijn uitzonderlijk debuut bij het Orchestre de Paris en het Orchestre de la Suisse Romande in Genève ontwikkelde zijn carrière zich in sneltreinvaart. Zijn voortrekkers waren prestigieuze musici als M. Rostropovitch, C. Eschenbach, R. Muti en J. Conlon.

Gedurende het seizoen 2002/2003 maakte Xavier zijn debuut bij de abonnementsconcerten van het National Symphony Orchestra in Washington DC en een maand later bij het New York Philharmonic - telkens met M. Rostropovitch als dirigent. In Europa debuteerde hij bij het Maggio Fiorentino met D. Oren.

Na het winnen van de 'Grand Prix du Disque' voor zijn opname van de kamermuziek van Albéric Magnard (Auvidis Valois), ontving Xavier Phillips een 'Choc de la Musique' voor de opnamen va de sonates van Schnittke, Shostakovich en Prokofiev met de Turkse pianist Hüseyin Sermet (Harmonia Mundi). Zijn laatste cd (van o.a. het Lalo Concert) met de Bayerische Kammerphilharmonie kreeg direct de onderscheiding 'Choc' van het toonaangevende tijdschrift 'Le Monde de la Musique'.

Xavier Phillips bespeelt een cello van Matteo Gofriller' - bouwjaar 1710 - een schitterend instrument dat hem dankzij de sponsoring van het koffiemerk 'Blue de Brazil' ter beschikking is gesteld.

 
Solisten 2004 - 2005

Solisten 2004 - 2005

Philippe Graffin
Esther Heideman
Maurizio Vallina
Sølve Sigerland


 
Solisten 2003 - 2004

Solisten 2003 - 2004

Quirine Viersen
Vladimir Sverdlov
Denis Goldfeld
Alexander Khramouchin
 

Amsterdam Symphony Orchestra
Prinsengracht 699
1017 JV Amsterdam
The Netherlands
Tel:  +31 (0)20 521 04 30
Fax: +31 (0)20 521 04 31
info@amsterdamsymphony.com

 
Inschrijven voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze activiteiten en meld u hier aan voor onze nieuwsbrief!